Anas ibn Malik (mag Allah tevreden zijn met hem) werd gevraagd: “Hoe reciteerde de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) de Koran?” Hij antwoordde: “Hij verlengde zijn stem bij het reciteren, en rekte de klanken uit. Zo verlengde hij de laam vóór de haa’ in de Naam van Allah, verlengde hij de miem vóór de noen in Ar-Rahmaan en verlengde hij de ha’ in Ar-Rahīm.”